de evenredigheidstoets 

De evenredigheidstoets nieuwe stijl speelt een centrale rol binnen gemeentelijk houtstookbeleid. Deze bestuursrechtelijke toets verlangt dat maatregelen zorgvuldig worden gemotiveerd en dat gemeenten aantonen dat beleid geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. Deze pagina legt uit wat de evenredigheidstoets juridisch inhoudt en welke eisen dit stelt aan gemeentelijke maatregelen rond houtstook.


Wat is de evenredigheidstoets nieuwe stijl?

De evenredigheidstoets nieuwe stijl is de bestuursrechtelijke toets die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State sinds 2022–2023 zwaarder laat meewegen bij besluiten en regelgeving van overheden.

De toets volgt uit:

  • Awb 3:4;
  • algemene beginselen van behoorlijk bestuur;
  • recente jurisprudentie van de Raad van State.

Binnen deze toets moet het bevoegd gezag motiveren:

  1. of een maatregel geschikt is;
  2. of een maatregel noodzakelijk is;
  3. en of de maatregel evenwichtig is in verhouding tot het doel en de gevolgen.

Daardoor zijn gemeenten verplicht om beleidsmaatregelen inhoudelijk en feitelijk uitgebreider te onderbouwen dan voorheen.


Wat betekent de evenredigheidstoets bij houtstook?

Bij houtstook speelt de evenredigheidstoets vooral een rol wanneer gemeenten maatregelen willen invoeren met een:

  • dwingend;
  • beperkend;
  • sanctionerend;
  • of generiek karakter.

De toets verlangt daarbij dat gemeenten onder meer kunnen onderbouwen:

  • welk concreet doel het beleid dient;
  • waarom de maatregel geschikt is om dat doel te bereiken;
  • waarom minder beperkende alternatieven onvoldoende zouden zijn;
  • welke feitelijke onderbouwing aanwezig is;
  • hoe proportionaliteit wordt gewogen;
  • en welke gevolgen het beleid heeft voor burgers en uitvoerbaarheid.

Daarbij speelt ook de vraag in hoeverre lokale omstandigheden, causaliteit en feitelijke meetbaarheid voldoende kunnen worden vastgesteld.


Welke eisen stelt de evenredigheidstoets aan gemeenten?

Binnen de huidige bestuursrechtelijke lijn spelen onder meer de volgende voorwaarden een belangrijke rol:

  • zorgvuldige voorbereiding (Awb 3:2);
  • feitelijke en lokale onderbouwing;
  • kenbare en toetsbare normen;
  • proportionaliteit;
  • subsidiariteit;
  • uitvoerbaarheid;
  • handhaafbaarheid;
  • consistente belangenafweging;
  • motivering van geschiktheid en noodzakelijkheid.

Ook moet beleid voldoende voorspelbaar en juridisch toetsbaar zijn voor burgers.


Wat betekent “geschikt, noodzakelijk en evenwichtig”?

Geschikt

Een maatregel moet aantoonbaar kunnen bijdragen aan het doel dat wordt nagestreefd.

Noodzakelijk

Gemeenten moeten motiveren waarom minder beperkende alternatieven onvoldoende zouden zijn om hetzelfde doel te bereiken.

Evenwichtig

De gevolgen van maatregelen moeten in redelijke verhouding staan tot:

  • het beoogde doel;
  • de uitvoerbaarheid;
  • de handhaafbaarheid;
  • en de gevolgen voor betrokken burgers.


Welke rol speelt lokale onderbouwing?

Binnen gemeentelijk houtstookbeleid speelt lokale onderbouwing een belangrijke rol bij:

  • causaliteit;
  • meetbaarheid;
  • lokale effecten;
  • proportionaliteit;
  • en feitelijke risico-inschatting.

Daarbij ontstaat juridisch de vraag in hoeverre generieke maatregelen voldoende gekoppeld kunnen worden aan aantoonbare lokale situaties en concrete lokale effecten.

Ook speelt de vraag welke indicatoren juridisch en feitelijk bruikbaar zijn voor beoordeling, motivering en handhaving.


Wat betekent dit voor gemeentelijk houtstookbeleid?

Binnen houtstookbeleid betekent de evenredigheidstoets dat gemeenten maatregelen niet alleen bestuurlijk wenselijk moeten achten, maar ook juridisch en feitelijk moeten kunnen onderbouwen.

Daarbij ontstaat vooral discussie wanneer beleid:

  • generiek werkt;
  • grote groepen gebruikers raakt;
  • afhankelijk is van dynamische omstandigheden;
  • of gebaseerd is op beperkte lokale meetbaarheid of onderbouwing.

De evenredigheidstoets verlangt in zulke situaties een zwaardere motivering van:

  • noodzakelijkheid;
  • proportionaliteit;
  • uitvoerbaarheid;
  • en feitelijke effectiviteit.


Conclusie

De evenredigheidstoets nieuwe stijl verlangt van gemeenten dat maatregelen rond houtstook zorgvuldig, feitelijk en juridisch worden onderbouwd. Gemeenten moeten daarbij kunnen motiveren dat maatregelen geschikt, noodzakelijk en evenwichtig zijn en dat beleid voldoende uitvoerbaar, handhaafbaar en lokaal onderbouwd is.

Bij maatregelen met een generiek of dwingend karakter ontstaat daardoor een zwaardere motiveringsplicht rond proportionaliteit, lokale causaliteit, meetbaarheid en juridische voorspelbaarheid.